Gelijke beloning op het veld? Nieuwe wetgeving zet Eredivisieclubs voor grote uitdaging

De Europese Unie scherpt de regels rond loontransparantie en gelijke beloning fors aan. Met de komst van de EU Pay Transparency Directive (EUPTD) – die in Nederland naar verwachting in 2027 van kracht wordt via de Wet Loontransparantie – krijgen ook Nederlandse voetbalclubs te maken met nieuwe, ingrijpende verplichtingen. Vooral clubs uit de Eredivisie die óók een team in de Vrouwen Eredivisie hebben, staan voor een flinke uitdaging. De kern van de wet is helder: een loonverschil tussen mannen en vrouwen van meer dan 5 procent is straks niet langer toegestaan zonder objectieve rechtvaardiging. En laat die kloof nu juist in het Nederlandse clubvoetbal extreem groot zijn.

Een structurele loonkloof in het clubvoetbal

De “pay gap” in het Nederlandse voetbal is al jaren onderwerp van discussie. Op nationaal niveau is vooruitgang geboekt: sinds 1 juli 2022 ontvangen de Oranje Leeuwinnen dezelfde commerciële vergoedingen en premies als het mannenteam. Ook werkt de KNVB samen met PwC aan inclusiviteit en kansengelijkheid. Maar in het clubvoetbal is de werkelijkheid nog heel anders. De cijfers zijn best confronterend:

  • Speelsters in de Vrouwen Eredivisie verdienen bij clubs zonder cao gemiddeld € 583,33 bruto per maand. Bij clubs mét cao stijgt dit naar gemiddeld € 1.666,67 bruto per maand.
  • Ter vergelijking: het gemiddelde jaarsalaris in de mannen Eredivisie ligt rond de € 305.000. Voor spelers van buiten de EU geldt zelfs een inkomensondergrens van circa € 458.000 per jaar.
  • Veel speelsters ontvangen nog slechts een onkostenvergoeding en combineren voetbal noodgedwongen met werk of studie.

Hoewel de absolute top van het vrouwenvoetbal inmiddels beter verdient, blijft dit beperkt tot een kleine groep. Volgens een FIFA-rapport uit 2025 verdient de gemiddelde profvoetbalster wereldwijd slechts zo’n 10.900 dollar per jaar. De kloof is daarmee niet alleen groot, maar ook structureel.

Waarom 2027 een kantelpunt wordt

Met de invoering van de EUPTD verandert het speelveld drastisch. Organisaties met meer dan 250 werknemers moeten jaarlijks rapporteren over loonverschillen; organisaties met meer dan 100 werknemers eens per drie jaar. Voor profclubs is dit zeer relevant: spelers, staf, kantoorpersoneel en commerciële afdelingen tellen allemaal mee. Is het loonverschil groter dan 5 procent, dan:

  • Is de werkgever verplicht corrigerende maatregelen te nemen;
  • verschuift de bewijslast van werknemer naar werkgever;
  • kunnen boetes worden opgelegd;
  • en kan zelfs achterstallig loon worden geclaimd.

Professionalisering helpt, maar is niet genoeg

Positief is dat het Nederlandse vrouwenvoetbal steeds professioneler wordt ingericht. Sinds seizoen 2022/23 is een licentiesysteem verplicht en vanaf 2025/26 wordt gewerkt met een nieuwe piramidestructuur met meerdere divisies. Dat zorgt voor meer stabiliteit en dwingt clubs tot betere organisatie. Maar professionalisering alleen verkleint de loonkloof niet automatisch. Zolang het vrouwenvoetbal grotendeels meebeweegt op het budget en de commerciële slagkracht van het mannenvoetbal, blijft het verschil aanzienlijk.

"Zolang het vrouwenvoetbal grotendeels meebeweegt op het budget en de commerciële slagkracht van het mannenvoetbal, blijft het verschil aanzienlijk"

Hoe kunnen topclubs zich wapenen?

Voor grote Eredivisieclubs is afwachten geen optie meer. Een aantal strategische keuzes kan helpen om richting 2027 compliant te worden:

1. Ontwikkel een doordacht beloningsbeleid

Zie mannen- en vrouwenelftallen niet alleen sportief, maar ook organisatorisch als onderdelen van één sportorganisatie. Dat maakt vergelijking, uitleg en verantwoording eenvoudiger. Tegelijk geldt: door de enorme scheefgroei in het voetbal kan het voor sommige clubs juridisch en financieel verstandiger zijn om de vrouwentak anders te structureren. Daarover later meer.

2. Stap af van symbolische contracten

Onkostenvergoedingen, zzp-constructies en semi-professionele contracten worden onder de nieuwe wetgeving juridisch kwetsbaar. Meer volwaardige arbeidsovereenkomsten zijn op termijn onvermijdelijk.

3. Verhoog de commerciële waarde van het vrouwenvoetbal

Meer zichtbaarheid, betere sponsoring en slim gebruik van het clubmerk kunnen extra inkomsten genereren. Dat maakt hogere salarissen structureel financierbaar, in plaats van afhankelijk van subsidie of goodwill.

4. Werk met gefaseerde groei richting 2027

Het direct dichten van de kloof is voor veel clubs financieel onhaalbaar. Maar een meerjarenplan met meetbare stappen richting een kleinere pay gap laat zien dat een club actief handelt. Die inspanning telt mee onder de wet.

5. Zie transparantie als kans, niet als bedreiging

Loontransparantie dwingt clubs om hun beloningsbeleid helder te kunnen uitleggen. Waarom verdient iemand wat hij of zij verdient? Clubs die dat verhaal intern goed op orde hebben, verkleinen juridische risico’s én versterken hun werkgeversimago.

Damesteams in een aparte BV?

Het onderbrengen van het vrouwenelftal in een aparte BV kan juridisch helpen, maar alleen als het geen schijnconstructie is. Het is een instrument, geen ontsnappingsroute. Zo’n aparte BV moet daadwerkelijk zelfstandig zijn, met eigen governance, beloningsbeleid en besluitvorming. Als de vrouwentak feitelijk wordt aangestuurd door dezelfde directie of Raad van Bestuur, blijft het risico bestaan dat vergelijking alsnog wordt afgedwongen. Steeds meer juristen en adviseurs komen daarom uit op een hybride strategie:

  • mannen- en vrouwenvoetbal juridisch onderscheiden waar dat logisch is;
  • tegelijkertijd werken aan:
    • genderneutrale functiewaardering;
    • transparante salarisbanden;
    • gefaseerde loonontwikkeling richting 2027;
    • een duidelijke onderbouwing waarom verschillen (nog) bestaan.

Dit sluit beter aan bij de geest van de wet en verlaagt het risico op boetes, claims én reputatieschade. Tegelijk kan het leiden tot lastige keuzes: sommige clubs zouden overwegen hun vrouwentak te staken vanwege de stijgende kosten. Daartegenover staat de mogelijke opkomst van zelfstandige ‘ladies only’-clubs, zoals HERA.

Liggen de salarissen van profvoetballers straks op straat?

Heel kort: nee. De EUPTD raakt spelers, zaakwaarnemers en makelaars wel degelijk, maar betekent niet dat alle salarissen openbaar worden. Transparantie is gericht op werknemers, ondernemingsraden en toezichthouders – niet op het grote publiek.

Individuele contractdetails blijven beschermd: salarissen per speler, afkoopclausules, doorverkooppercentages, tekengelden en bonussen worden niet openbaar. Wat wél inzichtelijk wordt, zijn gemiddelden, salarisranges en loonverschillen tussen mannen en vrouwen. Dat geeft spelers en hun agenten toegang tot nieuwe, officiële referentiekaders. Het wordt lastiger voor clubs om loonverschillen weg te zetten als “marktconform” zonder onderbouwing. Vooral bij de subtop, jeugdspelers, vrouwenelftallen en staf worden uitzonderingen moeilijker te verdedigen – en dat creëert nieuwe onderhandelingsruimte.

Van morele discussie naar harde compliance

Wat jarenlang werd gezien als een morele of maatschappelijke discussie, wordt met de EUPTD een kwestie van harde regelgeving. Voor Eredivisieclubs met een vrouwentak is 2027 geen vergezicht meer, maar een concreet ijkpunt.

De loonkloof in het Nederlandse voetbal is historisch gegroeid en economisch verklaarbaar – maar straks juridisch niet langer houdbaar. Clubs zitten er misschien niet op te wachten, maar wie nu anticipeert, investeert niet alleen in gelijkheid, maar ook in toekomstbestendigheid.

De bal ligt op de stip. De vraag is: welke club schiet hem als eerste binnen – en in welke hoek?

Fotocredits: Pixabay