Toen ik eerder deze week over de introductie van de nieuwe Adidas Boost zat te lezen, dwaalden mijn gedachten onwillekeurig af naar het fenomeen Technology Doping. Niet dat we het revolutionaire gehalte van de nieuwe Adidas technologie nou in die categorie moeten scharen, maar feit is dat het lijntje tussen talent, skills, kracht en conditie enerzijds en technologische innovatie anderzijds binnen de sport flinterdun is geworden.
Ik heb altijd een fascinatie gekoesterd voor de invloed van technologie op sportprestaties. Zowel de positieve als de negatieve voorbeelden voeden mijn nieuwsgierigheid als het gaat om het oprekken van het menselijk kunnen. Technology Doping is een relatief nieuw begrip, maar al lang niet meer weg te denken uit de wereld van de sport. In het kort gaat het om oneerlijke voordelen die een atleet of een team kunnen behalen door het gebruik van technologie. En het woordje oneerlijk is hier dus essentieel. Want waar gaat het stelselmatig opbouwen van een voorsprong op je sportieve concurrenten over in oneerlijkheid?
Technologie in de sport is voortdurend in ontwikkeling en je kunt zelfs discussiëren over het feit dat het opbouwen van concurrentievoordeel alles is waar het om draait in de sport. Als je beschikt over een badpak met beter drijfvermogen zwem je meer wereldrecords, heel simpel. Als Team GB tonnen ponden investeert in het bouwen van betere fietsen gaat zij er met het goud vandoor. Om nog maar te zwijgen over het toepassen van nieuwe disciplines in de sportwetenschap, zoals bio-mechanica, psychologie, het ‘oprekken’ van het begrip sportvoeding (over dun lijntje gesproken…) en biochemie.

We hebben in het verleden onvoorstelbare sprongen gezien in menselijke prestaties als gevolg van de vooruitgang in de technologie (even een kleine triviantvraag: iemand nog enig idee wie de aerodynamica strips in het langebaanschaatsen introduceerde?). Koolstofvezels, aluminium legeringen en space age weefsels die zijn gebruikt in het tennis, wielrennen, alpine skiën en golf hebben onze sporters - ironisch genoeg - zo’n beetje gebracht op de drempel van hun fysieke mogelijkheden. Waar vroeger (het ontbreken van) technologie de sporter beperkte in zijn prestaties, daar is de wereld nu omgedraaid. Hoeveel extra meters haalt Rory McIlroy op een bepaald moment nog uit zijn driver, zelf als de technologische mogelijkheden onbeperkt zijn? En hoeveel meer snelheid kan Ivica Kostelic überhaupt handlen als hij zich van de Hahnenkamm af stort?

Begrijp me goed, ook ik ken de clichés: in topsport telt alleen winnen, de commerciële belangen zijn groot, enzovoort enzoverder. De recente ontwikkelingen in de wielersport hebben echter aangetoond dat we onszelf ook in de nesten kunnen werken als ethische normen niet helder zijn of stelselmatig en collectief worden genegeerd. Dit gevaar ligt ook op de loer voor het gebruik van technologie. Zijn nauwkeurigheid en objectiviteit ook hier in het geding? Technologische ontwikkeling in de sport moet zonder meer worden gestimuleerd. Maar binnen de kaders van menselijke prestaties, niet andersom. Alleen dan blijft de magie van grote internationale sportevenementen, gouden medailles en adembenemende wereldrecords in stand.

Foto's: Sports Technology Podcast - BobbyLopezGolf - adidas