Bankras versus Papendal

Op 30 april 2013 hebben wij onze koning laten zien waar een klein land groot in kan zijn. Epke vloog door de lucht, Marianne toonde haar slag en Dorian bedwong de ‘golven’ van het IJ. Onder de rap van Ali B werden de sportieve hoogte- en dieptepunten van Nederland Sportland getoond. Als het aan het NOC*NSF ligt, krijgt Amalia bij haar inhuldiging nog meer successen te zien. Nederland is dan namelijk een top 10 land op Olympisch vlak. En de Centra voor Topsport en Onderwijs (hierna: CTO’s) moeten hierin een belangrijke bijdrage leveren. Maar hoe verhoudt zich dat tot het succes van bijvoorbeeld Dorian van Rijsselberghe en het Olympisch volleybalgoud van 1996?

De argumenten van het NOC*NSF om de sporten te centreren zijn duidelijk. Kennisdeling is een voorname, want uiteraard kunnen sporters en trainers van andere sporten leren. Daarnaast kunnen centrale afspraken gemaakt worden op het gebied van onderwijs, medische verzorging, voeding, mentale begeleiding et cetera en tot slot wordt de grootschalige topsportcultuur als belangrijk argument gebruikt.

De argumenten voor centralisatie klinken zeer legitiem en logisch. Helemaal als je daar de financiële voordelen bijtelt. Daarbij komen sporten die absoluut niet bij een CTO aan kunnen haken, bijvoorbeeld vanwege noodzakelijke faciliteiten, in aanmerking voor een Nationaal Topsport Centrum (hierna: NTC). Beachvolleybal en waterpolo hebben hier bijvoorbeeld gebruik van gemaakt, maar in mijn optiek zijn er argumenten om te pleiten voor een NTC per sport, in plaats van CTO’s. Zo moet ik denken aan de documentaire ‘Van Bankras naar Atlanta’, waar de afgezonderde volleyballers zich opwerken naar uniek Olympisch goud. Of aan het verrassende succes van de waterpolodames in 2008. Een succes ontstaat in de Zeister bossen. Complete afzondering, als ploeg werken naar één doel, volledige focus. En vooral: je eigen weg kunnen kiezen, geen rekening te hoeven houden met andere sporters, alles in dienst van dat ene doel. Daarbij zie ik nog een belangrijk neveneffect: regionale profilering met topsport. Twente als hippisch centrum, Fryslân schaatsland en Den Bosch als centrum voor turnen. Succes werkt aanstekelijk en de jeugd zal gemotiveerd worden de sport op te pakken. Zeker met de helden zo dichtbij.

Streven naar centralisatie middels CTO’s? Of iedere regio zijn sport (en iedere sport zijn regio) gunnen in de vorm van NTC’s? Beiden hebben voor- en nadelen. Maar welk argument geeft de doorslag?

Eisen voor CTO's en NTC's: Accreditatiesysteem Topsportcentra

De blog is opgesteld samen met Bastiaan Bretveld

Afbeelding: Sportcentrum