‘Circus’ Tour de France is in volle gang, inclusief karavaan en de bekende (social) media aandacht. Interesse is er in de wereld volop, en veelal in positieve zin. Tour-directeur Prudhomme lijkt (weer) aan het langste eind te trekken. Naar mijn mening spat de arrogantie van de organisatie af maar we blijven onderdanig. Wat is het dan precies wat ons ook dit jaar weer zuigt richting het spektakel dat de Tour heet? Het negatieve imago van de wielersport is zich aan het verplaatsen richting de basis, de gewone fiets. Alle toeters en bellen, doping en gouden pakjes hoeven we niet meer. We smelten vandaag de dag bij het zien van de emotie van Wout Poels en tonen interesse voor het ‘gevoel’ waarop Quintana rijdt. We lijken weer verbonden te zijn met de fiets.
De Tour is bijna halverwege en we mogen gerust zeggen dat Belkin zeer behoorlijk presteert. Een betere start had baas Pipkin zich niet kunnen wensen. Zelf werd ik getriggerd door zijn reactie op de vraag waarom zijn merk koos voor het sponsoren van een wielerploeg. Hij zei namelijk dat hij zich voelt aangetrokken door de ‘aanraakbaarheid’ van de wielersport. Een interessante insteek naar mijn mening. De afgelopen jaren stonden namelijk in het teken van juist die onbereikbaarheid van de renners. Niemand kon vat krijgen op wat zich voltrok in het profpeloton. Doping heeft de wielersport eenzaamheid bezorgd. Een volledig ondoorzichtig peloton was het gevolg. De media aandacht werd alleen maar meer, sensatie lag er te dik bovenop. Het wielrennen begon juist steeds meer te lijken op wereld van voetbal. Renners zouden steeds minder benaderbaar worden. De frustratie die Robert Gesink vorige maand uitte in de media is hier een voorbeeld van. Gesink verloor hiermee misschien een heel groot deel van die hele belangrijke verbinding.

Toch is de term ‘aanraakbaarheid’ ook op een hele andere manier te interpreteren. Ik besloot een test te doen bij mijzelf. Op mijn netvlies zag ik een beeld verschijnen van fans die jaarlijks rijen dik in de Pyreneeën en Alpen staan. Van die gekken die ‘s nachts slapen in een camper en overdag (half) naakt langs de weg staan en renners tot het uiterste drijven. Ze willen de renners ‘aanraken’. Een leuk weetje is dat onderzoek van sportbureau Repucom laat zien dat het achterwerk van de renners beter geschikt is voor reclame dan de borstkas. Als we heel eerlijk zijn is de borstkas enkel goed te zien bij een etappe overwinning. De konten van de renners zijn echter veel meer toegankelijk, zowel voor de cameraman als de kijker. Ik zou het wel weten, commercieel uitbuiten die kontjes.

En dan hebben we nog de sociale media. Twitter is booming onder de renners en de liefhebbers. Renners nemen ons mee in hun ervaringen, liefhebbers zijn kritisch. Onder meer Froome, Cavendish en Mollema zijn mateloos populair. Hun groep volgers wordt groter en groter. De renners zijn hiermee zelf in staat impact te maken. De excuses van Cavendish aan het adres van Tom Veelers werden veelbesproken op twitter. Vraag is of dit valt onder de categorie aanraakbaar of is dit afstandelijk? Een interessante ontwikkeling om te blijven volgen. Pipkin laat begin september een documentaire uitzenden over de Belkin ploeg tijdens de Tour de France. Een kijkje van binnenuit. Volgens mij geen eigen keuze maar een ‘erfenis’ van de Rabobank ploeg. Gelukkig wel aanraakbaar.