Grote behoefte aan overbruggings- en pensioenregelingen voor topsporters


Het gevoel en de constatering dat er nog veel te winnen valt op het gebied van nazorg voor topsporters was er al een lange tijd, maar sinds gisteren zijn er ook harde cijfers bekend gemaakt die dit gegeven hebben bevestigd. Belangenorganisatie NLSporter heeft onder ruim 1000 topsporters onderzoek gedaan naar de behoefteaan een overbruggings- en/of pensioenregeling en de cijfers liegen er niet om.



Zestig procent van de respondenten heeft aangegeven behoefte te hebben aan een overbruggingsregeling, alleen het probleem is dat er weinig geld onder topsporters beschikbaar is, om voor een overbruggingsperiode of pensioen opzij te zetten.

Dit klinkt wellicht tegenstrijdig aangezien topsporters vaak worden gezien als helden; ze dienen een voorbeeldfunctie, zien er professioneel uit en beschikken vaak over de beste en mooiste spullen. Dit wordt automatisch gekoppeld aan het hebben van veel geld, maar niets is minder waar.

Uit het onderzoek van NLSporter blijkt namelijk dat het merendeel van de respondenten minder verdient dan 25.000 euro bruto per jaar. Een paar statistieken op een rij:
 
Ÿ
61% van de respondenten heeft in 2013 met hun sport minder dan 20.000 euro bruto verdiend; 

38% van de respondenten verdiende in 2013 met hun sport minder dan 10.000 euro bruto;

8% van de respondenten verdiende in 2013 meer dan 55.000 euro bruto.


Een andere reden waarom sparen voor later lastig blijkt voor topsporters is het feit dat ze naast de reguliere vaste kosten, zoals het dagelijkse levensonderhoud, kosten woning, etc., zij ook te maken hebben met kosten die zij moeten maken voor het kunnen uitoefenen van hun beroep als topsporter. Zo blijkt ook uit het onderzoek dat er naast de kosten die vergoed worden door NOC*NSF, sportbond, club, werkgever of andere partijen, 43% van de respondenten meer dan 5.000 euro per jaar kwijt is aan topsportkosten.

Ik hoor u denken: ondanks deze cijfers kunnen we alsnog helden creëren, hebben we alsnog 24 medailles binnengehaald op de winterspelen en lijken sporters dus wel hun wegen te vinden, dus wat is dan het probleem? 

Dit probleem wordt duidelijk als we het rapport van NLSporter er weer bij pakken, want hieruit blijkt ook dat er een verband bestaat tussen inkomsten uit de sport en het moment van stoppen met topsport. Topsporters met een hoger sportinkomen (vanaf 30.000 euro bruto per jaar) verwachten namelijk langer door te gaan met hun topsportcarrière dan topsporters die minder dan 20.000 euro bruto verdienen met hun sport.


Lees meer: Stoppen of Doorgaan? Vijf vragen naar het antwoord

De kans is dus groot dat topsporters eerder stoppen dan dat zij daadwerkelijk zouden willen. 72% van de respondenten geeft hierbij aan na hun 30e te stoppen met topsport.

Daarbij stopt het inkomen van een topsporter over het algemeen per direct na het beëindigen van de sportcarrière, dus in veel gevallen hebben topsporters in die overbruggingsperiode minder tot geen inkomsten.

Dit terwijl 42% van de respondenten binnen een jaar na afloop van hun sportcarrière een opleiding zou willen (ver)volgen. Maar hoe kunnen ze dit doen met weinig tot geen financiële middelen? Daarbij komt ook nog dat de huidige studiefinanciering alleen beschikbaar is voor studenten tot dertig jaar. 

Veel topsporters in Nederland staan er bij het stoppen van hun topsportcarrière financieel dus niet goed voor en lopen op deze manier gemiddeld tien jaar pensioenopbouw mis.  

Naar aanleiding van dit onderzoek zullen NOC*NSF, NL Sporter en de Atletencommissie de komende maanden verder werken aan oplossingsvoorstellen.

Laten we hopen dat de Oranje gekte in Nederland de komende maand mee helpt om het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport extra te motiveren om dit gegeven op te pakken en op te komen voor onze sporthelden in Nederland.

Voor de volledige onderzoeksresultaten van NLSporter

Afbeelding (CC): Romero