Het is tijd voor een erkend topsportdiploma

Afgelopen week schreef judoka Henk Grol een open brief aan premier Rutte en minister Schippers, waarin hij pleitte voor een betere financiële toekomst voor (ex-)topsporters. Als voormalig shorttrackster sluit ik mij hier graag bij aan. Daarnaast trek ik deze discussie graag nog breder, waarbij ik naast een financieel vangnet ook zou willen pleiten voor een erkend topsportdiploma.

Op het moment dat ik in 2010 na twaalf jaar een punt zette achter mijn shorttrackcarrière, ervaarde ik dat er nog veel te winnen viel op het gebied van nazorg voor topsporters. Ik kon er vervolgens over blijven klagen of ik kon er zelf iets aan gaan doen. Ik koos voor dit laatste en besloot voor mijn afstuderen (Internationale Communicatie) een documentaire te maken over wat er als sporter met je gebeurt als je stopt met topsport. Om tot een zo goed mogelijk resultaat te komen, deed ik mee aan een scenarioworkshop tijdens het Noordelijk Film Festival, waar ik als winnaar van het beste film idee werd verkozen.

Als winnaar mocht ik vervolgens in samenwerking met een professioneel productieteam het scenario in productie brengen voor Nederland 2. Echter stelde de jury één voorwaarde: de documentaire moest over mijzelf gaan. Het zou mijn grootste confronterende therapie ooit worden, maar ik heb het gedaan. Tegelijkertijd bouwde ik de ondersteunende website Extopsporter.nl, waar alle informatie te vinden is over het leven na topsport. Dit met als resultaat dat we met de documentaire ‘Diepgaan voor Vancouver’ een award hebben gewonnen tijdens ‘s Werelds grootste Internationale Film Festival op het gebied van sport in Milaan in 2012. Het was een grote waardering en erkenning en gaf het onderwerp, waar nog steeds een taboe op heerst, een flinke boost.

Mede hierdoor spraken de woorden van Grol mij extra aan. Grol liet in zijn open brief weten dat het te zot voor woorden is dat er voor atleten, die geen tijd hebben gehad om te studeren, te werken en die veel risico nemen met hun fysieke gestel, geen financieel vangnet of pensioen is. Dit gebeurt al wel in de voetbalwereld. Voetballers kunnen gebruik maken van het contractspelersfonds CFK ter overbrugging bij het opstarten van een nieuwe maatschappelijke carrière. Grol vindt dat dit er ook moet komen voor sporters buiten de voetbalwereld.


Graag trek ik deze discussie dus nog breder, waarbij ik naast een financieel vangnet ook zou willen pleiten voor een erkend topsportdiploma. Met dit diploma kunnen in de topsport opgedane competenties worden aangetoond, zodat je na een topsportcarrière meteen gericht aan het werk kunt of vrijstelling kunt krijgen voor bepaalde vakken, waardoor je een studie versneld kunt afronden.

Het hele land is in euforie na de geweldige prestaties van onze Olympiërs, dat kunnen wij Nederlanders als geen ander. Toch moet je je als topsporter in Nederland nog vaak verantwoorden als je fulltime topsporter bent en worden topsporters nog regelmatig geconfronteerd met de vraag wat ze naast hun topsportcarrière doen qua studie of werk. Het hebben van een papiertje wordt in Nederland nog steeds belangrijker gevonden dan de leerschool van een topsportcarrière.

Het zit nog niet in onze cultuur dat topsport een meer dan fulltime job is, waarvoor je alles opgeeft en je kwaliteiten ontwikkelt op het hoogste niveau waar bedrijven om staan te springen. In landen als de USA ben je een held als je zegt dat je topsporter bent, ook al heb je nog geen Olympische medaille gewonnen.

 Daarnaast wordt de overgang van topsporter naar niet-topsporter als een sporter stopt nog steeds onderschat. Je dagindeling, je identiteit en je lichaam veranderen compleet, waar weinig mensen bij stilstaan. Daarbij is het als leek moeilijk voor te stellen dat een sporter er jarenlang echt alles voor opgeeft voor dat ene moment, waarbij niet alleen de sporter zelf, maar ook het land van mee profiteert. Willen we helden blijven creëren, zullen we onze topsporters meer moeten erkennen en zal betere nazorg voor onze topsporters geen overbodige luxe zijn.

Afbeeldingen: Flickr (CC) Bart Hoekstra