“Ik denk dat deze mensen kwaliteiten hebben waar iedereen om zit te springen”, zei Johan Cruijff. De naamgever van het Johan Cruyff Institute was vrijdag 14 juni aanwezig op de jaarlijkse Graduation Ceremony van het instituut om alle 77 afgestudeerde master studenten persoonlijk te feliciteren. Onder hen een aantal bekende (oud-)topsporters als Taeke Taekema, Lobke Berkhout, Ernesto Hoost en Femke Dekker. Met het geduld van iemand die gewend is dagelijks honderden handen te schudden complimenteerde Cruijff iedereen even uitbundig en welgemeend.
Sport gaat Cruijff na aan het hart en sportmensen kunnen in zijn ogen een belangrijke rol spelen in de maatschappij. In die zin is het Johan Cruyff Institute voor hemzelf wellicht een belangrijker levenswerk dan zijn carrière als topvoetballer en coach. Cruijff grijpt iedere gelegenheid te baat om het evangelie te prediken. Hoewel er aan zijn arm werd getrokken om mee te komen voor de ceremonie, nam hij uitgebreid de tijd om SPORTNEXT te vertellen waarom het juist in tijden van crisis zo belangrijk is dat mensen uit de sportwereld hun plek vinden in de maatschappij.
Wat leren mensen mensen aan het Johan Cruyff Institute?
“Dat is heel breed. Een sporter heeft het van nature in zijn karakter om elke dag beter te willen worden. Dat doet hij pakweg van zijn 10de tot zijn 35ste levensjaar. In die tijd heeft een sporter veel geleerd. Dus je moet op de eerste plaats kijken wat zo iemand al weet. Iemand die 10-15 jaar aan topsport heeft gedaan, staat er niet bij stil wat hij allemaal al weet. Onze leraren geven dus niet op de klassieke manier les met een boek waaruit de studenten hun lesje moeten leren. Ze gaan uit van de ervaringen die de sporters zelf al hebben, van wat zij al weten zonder dat ze erbij nadenken.”
“In het Nederlandse studiesysteem is eigenlijk geen plaats voor sport. In Amerika wordt sport en studie gecombineerd, maar hier heb je school en sport… dat noemen ze dan vrije tijd. Maar ik vind sport noodzakelijke lichamelijke opvoeding en daar wordt in het onderwijs veel te weinig aan gedaan.”

Waarvoor worden de studenten opgeleid?
“In principe leiden we ze op voor een leidinggevende functie in de sport, maar het kunnen leidinggevende functies zijn op allerlei vlakken in de maatschappij. Als je iemand met het karakter en de ervaring van een sportman hebt, iemand die altijd op zoek is naar verbetering en die ook geleerd heeft hoe hij zijn ervaring op andere gebieden kan gebruiken, dan heb je iemand die fantastische leiding kan geven en inspireren in iedere organisatie.”
“Daar komt nog bij dat sporters heel belangrijk zijn voor de jeugd. Als de jeugd een held heeft, is het belangrijk dat die niet omvalt. We moeten ervoor zorgen dat topsporters ook na hun carrière een voorbeeld zijn. Dat de mensen niet zeggen van: ‘Kijk, dat was ook een geweldige sporter, moet je zien wat er nu van is geworden.’”

Is er in tijden van crisis nog wel ruimte voor oud-topsporters in de maatschappij?
“O jee, juist! De crisis zorgt er juist voor dat kwaliteit weer belangrijk wordt. Het is niet langer zo dat iedereen maar kan doen wat hij wil en dat er geld zat is. Ik denk dat iedereen juist nu om deze mensen zit te springen.”
“En als iedereen de hele tijd roept dat er crisis is, gaan mensen het vanzelf geloven. Het gaat er dan ook om dat mensen eens wat positiefs tegen elkaar zeggen, dat jij een paar keer per dag tegen een collega zegt dat hij het goed doet. Het zijn kleine dingen, maar heel belangrijk en het helpt echt. Het gaat om betrokkenheid. Ik was vanochtend in Driemond bij de opening van schoolplein14 (http://www.schoolplein14.nl/). Daar zie je dat ook. Het gaat er niet om wat wij er als Johan Cruyff Foundation in stoppen. Als leraren en ouders en kinderen betrokken zijn, krijg je een plein waar kinderen weer echt bewegen. Want als je niet beweegt, hoe denk je dan dat je eruit ziet als je 50-60 bent? Je hebt maar één lichaam. Dat moet je goed onderhouden. Als we met dat schoolplein-idee de obesitas met tien of twintig procent terugdringen, heeft de staat bovendien een godsvermogen verdiend, want het is natuurlijk niet meer te betalen.”