Een kalkoen hoort bij Kerstmis als een haas bij Pasen. De komende dagen is dan ook geen kalkoen z’n leven meer zeker. Ook het Olympisch kwalificatietoernooi dat op tweede kerstdag in Heerenveen start, lijkt uit te draaien op een ware slachting. Althans voor de sprinters. En precies daar wringt de schoen. Om de selectieprocedure zo transparant mogelijk te laten verlopen, heeft de KNSB en haar selectiecommissie in samenwerking met de universiteit Groningen en Ortec-TSS een prestatiematrix opgesteld. Deze geeft - ik citeer - een overzicht van de statistisch berekende winstkansen op individuele medailles van de potentiële deelnemers in Sotsji.
Vanuit mijn betrokkenheid bij het schaatsen weet ik dat velen, op zijn zachtst gezegd, niet gelukkig zijn met de uitkomst hiervan. Maar daar knelt mijn schoen niet. Domweg omdat dit te makkelijk zou zijn, niet fatsoenlijk of zelfs meerdere belangen dienend. Maar vooral ook omdat ik me dan als marketeer letterlijk en figuurlijk op glad ijs begeef. Kortom, dat moet je aan de sport overlaten. Altijd.
Maar waar klemt m’n schoen dan wel? Vooralsnog lijkt het erop dat Olympische startbewijzen voor de korte afstanden beperkt zijn. Anders gezegd, de sprinters hebben geen prominente plaats in de Olympische ambities van de schaats- en sportkoepel. Nogmaals, dat is een gegeven én vooral een duidelijke keuze. En wellicht zelfs een on-Nederlandse. Aangezien in mijn vakgebied ook hét verschil wordt gemaakt door gedurfde keuzes, juich ik dit zelfs van harte toe! Mijn signaal van bezorgdheid is dan ook ‘slechts’ van commerciële aard.
Uit ervaring weet ik hoe hard het knokken is om de juiste sponsors – zowel qua merk als budget – aan schaatsteams te verbinden. Temeer omdat de zichtbaarheid van de merkenteams onder druk staat. Ondanks het feit dat de sport gelukkig hard bezig is dit te veranderen, hebben verschillende sponsors van de merkenteams hun bezorgdheid hierover geuit; sponsors waarvan het contract na Sotsji afloopt én die zich voornamelijk aan sprintploegen hebben verbonden.
Aangezien het aantal startbewijzen voor sprinters minimaal is, zal de concurrentie tijdens het OKT moordend zijn. En is het dus niet ondenkbaar dat er sprintploegen zijn, waarvan er geen atleet naar Sotsji afreist. Iets wat ongetwijfeld zwaar zal meewegen in het al dan niet verlengen van het sponsorcontract. Immers, ook voor de geloofwaardigheid en ambitie van sponsors is het belangrijk dat er een bepaalde mate van succesbeleving wordt gecreëerd. Bij voorkeur via Olympisch eremetaal. Dat er tijdens kerst in Heerenveen dus meer op het spel staat, is nog maar een understatement.
Maar vergeten we niet de belangrijkste doelgroep? Is er een verklaring waarom we de schaatsliefhebber links laten liggen in deze discussie? Is het volk eigenlijk niet de geestelijk vader van onze traditiesport? Feit is in ieder geval dat we de afgelopen jaren een heuse sprintnatie zijn geworden. Waarbij de sport en de toeschouwers spekkoper zijn. Immers, doordat alle sprintploegen goede sponsors hebben, is er concurrentie ontstaan. En dat heeft het Nederlands sprinten de afgelopen jaren absoluut geen windeieren gelegd. Niet alleen op de baan, maar ook daarbuiten. Want uit onderzoek in 2012 bleek dat het Nederlands publiek de grootste interesse heeft in de korte afstanden (tot en met 1.500 meter). En de minste interesse in…de ploegenachtervolging. Juist die discipline waar vanuit de teams de meeste kritiek op de prestatiematrix is gericht.
Ik hoop daarom van harte dat het (wellicht gouden) kortetermijnresultaat van de ploegenachtervolging in Sotsji niet ten koste gaat van het langetermijnsucces van het Nederlands sprinten. Laten we daarom in aanloop naar het OKT voorzichtig te werk gaan en niet alle kalkoenen op voorhand slachten.
Fijne kerst en alvast een smakelijk OKT toegewenst.
Norberth.