“En stel nu dat er morgen iemand komt met iets dat veel leuker en mooier en beter is dan dat van ons.” “Nou en wie dan?” “Dat weet ik ook niet, maar stel dat…” “Ja, maar dat gaat niet gebeuren. Wij hebben toch het mooiste en beste dat er is?” “Maar stel nou dat…” “Ja wat lul je nou? Wat wil je nou dat we gaan doen, alles nog beter maken soms?” “Nou..” “Helemaal niet nodig. We zijn al de mooiste en beste. En iedereen weet ‘t.” Een gesprek op de hoek van de straat, op de markt, binnen een commercieel bedrijf, een clubhuis, een stad, een land.
Een gesprek op de hoek van de straat, op de markt, binnen een commercieel bedrijf, een clubhuis, een stad, een land. Of een militaire eenheid. Een soortgelijk gesprek vond plaats onder de bevelhebbers van het Britse 4e leger gelegen aan de rivier de Somme aan de vooravond van 1 juli 1916.
“Gaat niet gebeuren. Sterker dan onze jongens? We zijn de m…” En toen aan het eind van de volgende dag de stofwolken opgetrokken waren en men klaar was met tellen, waren er plots 60,000 Britse jongens minder. Een tragisch kruispunt waar conventioneel denken en innovatieve krachten elkaar tegenkomen. Zo ook in de minder bloederige, maar niet minder competitieve wereld van business, merken, organisaties, een ieder die iets heeft waarvan hij hoopt dat de hele wereld het mooi en fantastisch vindt. Deze kruispunten komen op elk moment in de geschiedenis voor. Een paar kleurrijke voorbeelden:
1. De Amerikaanse auto-industrie in de jaren ’60
“We’re big and beautiful. Competition? Not gonna happen.” Men viel in slaap, werd wakker, en zag het land overspoeld met compacte, zuinige Japanse auto’s. En men is daar de klap nog steeds niet te boven;
2. De wereld van de sportschoenen, eind jaren ’70
“Wie, Mike?” “Nee, Nike, en je spreekt het geloof ik uit als Naikie.” “O, en die blagen zeggen dat ze ons van de troon gaan stoten? Met een luchtkussen? En ze gaan het nog adverteren ook? Hahaha.” Dit haast letterlijke citaat komt uit de boardroom van adidas, het omnipotente Duitse sportmerk dat minder dan een jaar later door Nike voorbijgesneld werd als grootste sportmerk in Amerika en niet veel later de wereld. Nike, zoals het Amerikanen betaamt, heeft nooit meer omgekeken;
3. De wereld van mobiele telefoons
“Dus we zijn wereldleider met een marktaandeel van 60%? En geen concurrent in zicht? Mooi, waar is de champagne?” Nokia maakte de veel voorkomende fout in de nog jonge 21e eeuw door te denken dat het de concurrentie volledig in kaart had. En die is in deze eeuw simpelweg niet in kaart te brengen. Apple, dat nog nooit een telefoon gemaakt had, introduceerde de smartphone en Nokia stond in één klap op instorten.
“Nog beter maken? Anders? Helemaal niet nodig!"
We zijn toch al de mooiste en beste? En iedereen weet ‘t!” Maar voor hoe lang? Het is de visie van de marktkoopman met tomaten die er niet bij stilstaat dat ook de bakker tegenover hem tomaten kan gaan verkopen, en lekkerder, en met een betere service. En de hele straat praat over hem en, allemachtig, ze zijn nog duurder ook! De bakker?
In deze tijd kan iedereen alles doen en mooier en beter dan jij. En ook al is het niet zo, of is de kans erg klein, opereer alsof het zo is. De zelfopgelegde druk, de nooit aflatende snelheid en het continue zoeken naar betere en verrassendere alternatieven – niet omdat de concurrentie je op de hielen zit, maar omdat de eeuwige nieuwsgierigheid en bijkomende urgentie je er toe brengen – zijn de essentie van de 21e eeuw en kenmerken de succesverhalen van onze tijd. Het ontbreken ervan typeren de tragisch voorbeelden van organisaties die failliet gaan, die klanten zien weglopen, die geen doden maar ontslagen tellen, van voetbalclubs die niet bij machte zijn om de meest populaire sport in de wereld tot een winstgevende business te maken, die een kleine stad niet aan zich kunnen binden, een sportbond die in een tijd van massale sportbeoefening zijn ledenaantal ziet kelderen, hardloopwedstrijden die plots moeite moeten doen om ‘vol’ te raken. En ga maar door.
Laat iedere sportorganisatie morgenochtend beginnen met de vraag: “En stel nu eens dat…”
En dan moet er iets volslagen belachelijks volgen, iets als “we gaan naar de Maan,” of “we gaan dat luchtkussen in de schoen stoppen” of “we gaan verdubbelen” of “we gaan 100% CO2-neutraal opereren” of “we gaan van alle marathonlopers echte VIPs maken in plaats van loopvee” of “we gaan niet voor een top 10 plek op de medaille ranking, maar voor 10x Goud want dat zegt pas echt wat…” of “niet het kampioenschap telt, niet de overwinningen, maar onze verantwoording aan de gemeenschap.”
“We choose to go to the Moon in this decade and do the other things,” zei John F. Kennedy vijftig jaar geleden, “not because they are easy but because they are hard.” In iets andere bewoordingen resoneren deze zinnen dagelijks bij organisaties die snappen dat stilzitten nooit een optie is, dat het synoniem is met doodgaan, dat alles en iedereen uiteindelijk afhankelijk is van de Aarde en de mensen erin. En die eisen verschrikkelijk veel vandaag de dag. Het meest recente goede voorbeeld in de Nederlandse sportwereld is de organisatie van het EK Atletiek in Amsterdam. Hun slogan: “Athletics like never before.” Anders. Omdat het tijd wordt! En hoe gaan ze dat dan wel niet doen? Het antwoord, met het aplomb van Kennedy: “Dat weten we nog niet, maar het gaat gebeuren.” En met die spirit lukt het ook, meestal.