Waarom de sport weg trekt uit de westerse wereld

Het is al een tijdje aan de gang. De laatste toewijzingen van grote sportevenementen aan Japan (Rugby World Cup 2019) en Baku (Azerbeidzjan, European Games 2015), bevestigen eens temeer dat de wereld van de sport de westerse wereld steeds vaker links laat liggen. Als je kijkt naar het rijtje grote (mega) sportevenementen dat er de komende jaren aan zit te komen, dan kan je niet anders dan concluderen dat de internationale sportbobo’s hun interesse in de traditionele sport minnende westerse landen zijn verloren. Ze richten hun pijlen op nieuwe gebieden als Brazilië, Rusland en voormalige GOS staten (Ukraine, Kazachstan en Azerbeidzjan). Voor ons westerse sportliefhebbers, en nog belangrijker, voor degene van ons die werkzaam zijn in de (internationale) sportwereld is dit een ontwikkeling die we met zorg en aandacht dienen te volgen.

Deze verschuiving is al een tijdje aan de gang en zal, als ik mij niet vergis, nog wel een tijdje doorgaan. Insiders voorspellen immers dat het laatste nog niet vergeven mega-evenement (de Olympische Spelen in 2020) ook aan de neus van de enige westerse gegadigde (Madrid) voorbij zal gaan. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid wordt dit een prooi voor de Turkse metropool Istanbul. En dat kan je, met alle goede wil van de wereld, geen deel van het Westen noemen. Hoe graag de Turken dat ook zouden willen.

Maar waarom zijn de FIFA, het IOC en al die andere organisaties zo gefocust op nieuwe gebieden als het gaat om het uitdelen van hun grote sportevenementen? Daarvoor is helaas geen duidend antwoord te vinden, maar er zijn wel een aantal trends te ontdekken die tezamen wel eens aan deze verschuiving ten grondslag zouden kunnen liggen.

Uiteraard is daar de economische crisis, die ervoor zorgt dat overheidsgaranties (als ze überhaupt al worden afgegeven) voor biedende landen en steden steeds minder waard zijn en die de potentieel te verkopen sponsorproposities in het Westen aanzienlijk minder waard maken dan in andere delen van de wereld.

Ook zijn er de in het Westen verscherpte Corporate Governance regels, die ervoor zorgen dat investeringen en activatie in de sport dalen of soms zelfs in zijn geheel uitblijven. Als gevolg van de Corporate Governance vallen de evenementen niet langer in een warm bad, maar in een kritische samenleving, gevoed door een negatieve perceptie en 1000 meningen. Een samenleving waarin de bankdirecteuren onder het maatschappelijke vergrootglas liggen en meer dan eens publiekelijk aan de schandpaal worden genageld. En laten de internationale sportbestuurders in hun gedrag nu net heel erg lijken op bankdirecteuren. Kortom, nauwelijks een omgeving waarin de internationale sportbestuurders zich erg senang voelen.

En last but not least is er de verregaande commercialisering van de sport. Nagenoeg elke sport wordt professioneler, zowel op het gebied van technologie, als in de beloning en de belangen van atleten en hun vertegenwoordigers (clubs, sponsoren). Hierdoor wordt het beoefenen van topsport duurder, maar nog veel belangrijker, risicovoller voor degene die er het meest in investeren. Dat geldt dan met name voor de teamsporten, waar in bijna alle gevallen de salarissen van de topsporters worden betaald door anderen dan degenen die profiteren van hun prestaties tijdens grote toernooien. Immers een Barcelona heeft niets aan een Lionel Messi die wereldkampioen is geworden, maar in de laatste minuut van de finale zijn kruisband afscheurt. Dit leidt er in de toekomst toe dat deze ‘anderen’ hogere eisen (lees financiële vergoedingen en garanties) gaan stellen om hun atleten af te staan. Om deze eisen in te kunnen willigen, hebben de organisatoren meer geld in kas nodig om (schade)vergoedingen uit te keren of dure verzekeringen af te sluiten. En geld vind je in deze tijden, u raadt het al, niet in de westerse wereld.

Dat deze factoren invloed hebben op de verschuiving van grote sportevenementen is evident, maar gaan die evenementen daar ook blijven? Het antwoord daarop durf ik niet zomaar te geven. Natuurlijk gaat de economische crisis op den duur wel voorbij, maar de Corporate Governance regels zijn here to stay en dat de sport in de toekomst alleen maar meer en meer zal gaan kosten, lijkt me een open deur. Maar aan de andere kant is er ook hoop. Het Amerikaanse Olympisch Comité (USOC) heeft een nieuwe deal met het IOC gesloten, waardoor een Olympische Spelen in de VS in 2024 heel dichtbij lijkt te komen. Daarnaast werken zowel de FIFA als de UEFA hard aan Financial Fair Play regels, waardoor salarissen en daarmee risico’s wel eens aan banden gelegd zouden kunnen worden.

Of het allemaal genoeg is en of wij over een jaar of 10 weer eens in het westen van een groot sportevenement kunnen genieten, blijft de vraag. Als wij onze concurrentiepositie in het binnenhalen van grote evenementen willen verbeteren, zullen we in ieder geval de invloed van het geld in de sport moeten verminderen. En dat lijkt me, gezien de groeiende hoeveelheid sjeiks en oligarchen die hun pijlen op onze sport hebben gericht, een behoorlijke opgave.

 

Afbeeldingen: Flickr (CC) Doha Stadium - Litetra